donderdag 15 juni 2017

Klein moois


Vandaag gaat het er eindelijk van komen: ik ga fietsen naar Bernay, hier zo’n 25 kilometer vandaan waarvan de laatste veertien over een oude spoorbaan. Die is al járen geleden een fietspad geworden en als klein beetje treinengek heb ik daar hele romantische ideeën over, over dat fietsen over zo’n (nu geheel geasfalteerde) spoor. Er zijn er inmiddels nogal wat van die voies vertes in Frankrijk. Tot de 19de eeuw werden spoorlijnen dan ook met grote voortvarendheid aangelegd langs de riviertjes die voor aandrijving van industrietjes zorgden. Een groot aantal spoorwegmaatschappijen exploiteerde de lijnen, maar veel ervan waren al voor de jaren dertig alweer opgeheven dankzij het toenemend wegverkeer.

Vanaf La Noblet ben ik naar Montreuil gefietst en daar heb ik in het zonnetje un petit noir gedronken alvorens door het dal van de Charentonne naar Broglie te fietsen. ‘Alles ziet er beter uit als de zon schijnt’ zong Rudi Carrell en het mag dan een dooddoener zijn, de wereld presenteert zich vandaag op zo’n weelderige wijze dat ik me bij tijd en wijle in veel zuidelijker streken dan Normandië waan. Alles bloeit en groeit en zingt en kwettert en hoe heerlijk is het te fietsen langs een weg waar maar heel sporadisch een auto passeert. Ik rijd Broglie in en sla af naar het beginpunt van het fietspad,  ‘La voie verte’ (het groene spoor). Groen is het zeker. Aan weerszijden groeien struiken zo hoog dat het lijkt of je door een tunnel fietst. Er zijn wat mensen op het pad,  wandelaars, oma’s met kleinkinderen in een buggy. Geen enkele keer kom ik een fietser tegen. Van het spoorwegverleden is nauwelijks iets waarneembaar, behalve een rangeerterrein waar overwoekerde auto’s staan en de spoorbruggen en stationnetjes die nu bewoond worden. En toch is alles van een ongekende, kleine schoonheid. De oude hekken langs het pad zijn er ooit door mensen die er nu niet meer zijn neergezet. Een ijzeren hek houdt ongewenste bezoekers buiten en gewenste binnen. Langs het pad groeien talloze kleine margrieten, hun stralende gezichtjes naar de zon gericht.  Hoe het precies werkt weet ik niet, maar het lijkt dat naarmate ik ouder word, het grootse en meeslepende leven me niet meer erg kan boeien en ik veel meer de schoonheid van wat dicht bij me is leer waarderen.



 









De route is ruim en vlak en voordat ik het weet ben ik in Bernay.  Ik schuif aan een tafeltje bij een crêperie en eet een hartige en een zoete crèpe.  Daarna fiets ik via een andere, iets hobbeliger route terug. In St. Pierre- les-Cernières houdt mijn accu het voor gezien en moet ik helemaal op eigen kracht uit het dal zien te komen. Ook met een stevige tegenwind lukt dat maar dan vind ik het wel mooi geweest. In jaren heb ik niet zo ver gefietst, ruim 50 km.  In Montreuil pikt hoofd Bezemwagen me weer op. Het was een prachtige dag. Die kan weer in je rugzakje, zou Els zeggen. En daar gaat hij ook in!


 

 

dinsdag 23 mei 2017

Aangeslagen


 
‘Eigenlijk moet je het zien als een natuurverschijnsel,’ zei Man vanochtend nadat we het nieuws uit Manchester vernomen hadden. De wekkerradio laten we tegenwoordig uit om niet al verdrietig aan de nieuwe dag te beginnen, de krant is opgezegd, de mobiels blijven beneden, maar het nieuws overvalt je toch wel, vroeger of later.

Ik dacht er vandaag over na.

Jaren geleden trof een uit het niets opkomende bliksemschicht hier in de buurt een muziekkorps bij een begrafenis. Er kwamen drie mensen om en er waren gewonden, waaronder een paar kinderen. Deze winter was er in Italië een hevige lawine die een hotel onder de sneeuw begroef. Dit is maar een fractie van wat er zoal aan vreselijks gebeurt, want dan heb je natuurlijk nog de jaarlijkse tropische orkanen, aardbevingen, zuidwester stormen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen. Ondanks genomen maatregelen als dijken, buienradar, stormvloedkeringen en windwaarschuwingen: ze eisen allemaal slachtoffers en niemand die er iets aan kan doen.

In die zin is dat bij de terroristische aanslagen ook zo. Hoe goed je de boel ook onder controle denkt te hebben, 100% zekerheid heeft niemand. Nooit en nergens. Waar je wel zeker van kunt zijn is dat er altijd en overal  (hoe dan ook gelukkig maar een paar)  idioten zijn die zich het ‘recht’ menen te kunnen toe-eigenen andere mensen het leven te ontnemen. Ik vraag me af of we hier wel met mensen te maken hebben. Ze missen enkele heel essentiële menselijke waarden, zoals mededogen en empathie en vooral een geweten.  Dus zijn het dan wel mensen? En als ze dat niet zijn, hoe moet je ze dan noemen? Als het inderdaad onafwendbaar, niet te voorkomen,  overweldigend en met grote gevolgen voor nabestaanden is, is dit misschien het juiste woord ervoor. Een natuurverschijnsel. Maakt dat het acceptabeler? Daar ben ik nog niet uit.

 

donderdag 18 mei 2017

Over ‘Natuurlijk Normandië’.


 

Promotekstje 😃
‘Natuurlijk Normandië’ van Dienke Cazemier is verschenen in de ‘Frankrijk Puur’ reeks van uitgeverij Edicola in Deventer. De gidsen voor deze reeks worden geschreven door mensen die de regio van haver tot gort kennen omdat ze er wonen of er vaak en veel verblijven en daarom een ander verhaal vertellen dan de doorsnee reisgids. Er zijn al gidsen over o.a. de Ardèche, de Gironde en Corsica verschenen.

‘Natuurlijk Normandië’ leest, dankzij de soepele schrijfstijl en fijnzinnige, humoristische columns over het Franse alledaagse leven  als een roman. Natuurlijk word je meegenomen midden-Normandië te leren kennen en zorgen de ruim 300 foto’s ervoor dat je een goede indruk van de regio krijgt, maar het boek is, in tegenstelling tot een ‘normale’ reisgids, geen kritiekloze opsomming van wat er allemaal zo mooi is.  Kom kijken en proeven in het land van appels, kaas, room & honing – en val, net als Dienke, voor de weemoed en de rust van dit bijzondere stukje Frankrijk.

 
 





 
Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of hier: https://www.bol.com/nl/p/natuurlijk-normandie/9200000071290573 en in België bij de Standaard boekhandel. In de loop van de zomer is het ook verkrijgbaar bij de ANWB. Het boek kost 19,95.
 
Bovendien volgt er op 10 juni  een presentatie van alle reisgidsen van Edicola bij Boekhandel Praamstra met een voorleessessie!

woensdag 12 april 2017

‘Ou’bollig?


Al jaren heeft ze het erover, onze Franse vriendin Geneviève. Ze wil naar de ‘Kjukenoffe’. Ze is al in Amsterdam en Deventer geweest en heeft met ons Noord-Holland doorkruist op tijdstippen dat de Keukenhof dicht was. Vorig jaar kreeg ze een nieuwe knie. Die doet het nu dus dit voorjaar zal het ervan komen. Ze wil naar de bollen, die prachtige bollen, waar je sprakeloos geniet van de kleuren die je ziet.  Enige nadeel: wij moeten mee.

Ze arriveert in gezelschap van het echtpaar Jacques et Jacqueline, ze logeren bij ons. Ze zijn eerst een middagje naar Amsterdam geweest en stel je voor, vlak voor het station vonden ze zomaar een vrije parkeerplaats! Helemaal gratis! Oei, we kijken elkaar aan. Als dat maar goedkomt, met die enge Amsterdamse parkeerwachten en hun geheime camera’s. Wel naïef natuurlijk om te denken dat je in onze hoofdstad voor niks kunt parkeren, maar wie weet hebben ze geluk. Ze hebben er uren gestaan, een rondvaart gemaakt, de Wallen bezocht, nog wat gegeten en toen de GPS ingesteld richting Loo. En dat is ook allemaal gelukt, dus na een paar drankjes gaat iedereen heerlijk slapen.



De volgende ochtend vertrekken we ruim na de spits. Voor Fransen is zo’n ritje van 145 km vanaf hier naar Lisse een peulenschil.  Tegen half twaalf rijden we het enorme parkeerterrein van de Keukenhof op. Het is gigantisch druk. Ja, er zijn veel Chinezen, maar ook heel veel Fransen en Duitsers omdat het bij hen schoolvakantie is. En Amerikanen  en Scandinaviërs en ook nog een paar Nederlanders van alle leeftijden. Van mijn vooroordeel, dat het park bevolkt zou zijn met ouden van dagen blijft dus al direct niets  over. En dat is nog maar het begin. 



Mijn volgende idee, dat het truttig en stijf zou zijn, kan ook gelijk in de prullenbak. Adembenemend mooie kleurcomposities zijn een lust voor het oog. Al die kleuren, zelfs als ze willekeurig bij elkaar gezocht lijken, maken dat je zo nu en dan niet eens goed weet waar je kijken moet! Ik kan me voorstellen dat het scheelt wanneer je er bent, nu zijn er nog narcissen en hyacinten, dus nagenoeg alles bloeit. Weken later zal het er alweer heel anders uitzien. Dus neem van mij aan: als je wilt gaan - en wie wil dat nu niet - ga niet te laat, dan mis je een hoop.




De hele middag klatert de zon haar gouden stralen over al dit moois, dat hebben we dan toch maar mooi getroffen. Even na vieren zijn we er klaar mee. Dat de weg naar huis nu drie uur duurt zorgt voor plaatsvervangende schaamte. Dat zijn onze Fransen niet gewend en wij eigenlijk ook niet meer. Maar eenmaal thuis is dat snel vergeten. We hebben een prachtige dag gehad. En voortaan plant ik m’n bollen ook eens dicht naast elkaar in plaats van op zo’n duf, nikserig rijtje. En creëer m’n eigen Keukenhofje. 


dinsdag 31 januari 2017

Onbereikbare liefde

Te laat (gisteren) las ik over een prijsvraag waarbij je een kort verhaal over de Liefde moest schrijven. En dat heb ik toen toch maar gedaan 💖





Sinds een week of twee kwam Christa bijna iedere middag op de thee. Ik was een paar jaar jonger dan zij en diep onder de indruk van haar lange, blonde haar, haar zwart omrande ogen en haar elegante filtersigaret.  Mijn moeder en ik wisten natuurlijk waarom ze kwam. Ze ging altijd zo op de bank zitten dat ze door het grote raam naar de overkant van de straat kon kijken. Daar werden nieuwe huizen gebouwd. Vroeger speelden wij daar, toen stond er nog een oude boomgaard en aten we de gevallen appeltjes tot we buikpijn hadden. We bouwden ondergrondse hutten, stookten vuur en vluchtten als de wijkagent op de fiets langskwam om ons de les te lezen. Maar zo ongeveer tegen de tijd dat wij ophielden met spelen startte daar de bouw van zes twee-onder-een kap huizen. En na een paar weken kwam Christa, oudste dochter van een buurvrouw een paar huizen verderop, op de thee. Eerst had ze nog wat smoesjes, zoals: ‘Mijn moeder is er niet en ik heb geen sleutel’ maar al gauw werd het ons duidelijk wat ze kwam doen en waren die smoesjes niet meer nodig. Ze vroeg of mijn moeder niet aan de hare wilde vertellen van haar bezoekjes. Ze maakte huiswerk bij een vriendin, was het verhaal. Ik had het idee dat mijn moeder het niet helemaal mee eens was met dit in haar gestelde vertrouwen, maar vooralsnog hield ze haar mond.

Het was mei en hoewel het echt nog helemaal niet warm was, was er één bouwvakker die bijna altijd met ontbloot bovenlijf werkte. Ik vond het maar raar, maar ik begreep al gauw dat Christa voor hem kwam. Ze hield hem nauwlettend in de gaten. Hij wist niet dat zij bij ons naar hem zat te kijken, dus hij werkte gewoon door. Soms stond hij met z’n rug naar de bouw toe op de steiger en veegde met een vermoeid gebaar met zijn onderarm het lange haar uit zijn gezicht. Dan zag je zijn spierballen en de bos donker haar onder zijn oksel. Zijn werkbroek zakte door die beweging lager over zijn heupen. Christa slaakte dan een zucht en soms trilde de hand waarin ze haar sigaret hield. Ze rookte bijna aanhoudend.

‘Moet je niet gewoon eens kennis met hem maken?’ vroeg ik na een dag of wat.
‘Ben je gek ofzo,’ zei ze kribbig. ‘Natuurlijk niet.’
‘Ben je verliefd op hem?’ Ik las de Tina, ik had er verstand van.
Ze keek me aan met die zwarte ogen. Even zag ik dat ze geen antwoord wilde geven, toen zuchtte ze. ‘Ja,’ zei ze. ‘Heel erg.’ Tot mijn grote schrik rolde er een traan uit haar oog. Hij trok een zwart spoor op haar wang.
‘Maar het is een onbereikbare liefde,’ zei ze toen. Er kwamen nog meer tranen. Mijn moeder was in haar naaikamer iets verkeerds voor mij aan het naaien en ik wist niet zo goed wat er nu van mij verwacht werd. Ze haalde een verfrommelde zakdoek uit haar spijkerbroek en veegde langs haar ogen.
‘Nooit zullen wij met elkaar omgaan,’ zei ze. ‘Ik kan alleen maar naar hem kijken, hier.’ Het leek mij geen goede manier om met de liefde om te gaan.
‘Zal ik hem een brief van je brengen,’ stelde ik voor. Er moest toch contact gelegd kunnen worden!
Hier had ze nog niet over nagedacht, dat kon ik zien.
‘Wat zou ik daar in moeten zetten!’
‘Dat je hem een keertje wilt zien?’ Het leek mij een uitstekend idee. Maar Christa had alweer bezwaren.
‘Straks om vier uur stapt hij met de anderen in dat witte busje en rijdt ik weet niet waar naartoe,’ mompelde ze voor zich uit.
‘Maar wil je dan hier altijd blijven kijken tot de bouw afgelopen is?’ Ik begreep er niks van. Dat zou mij later niet overkomen, dat ik bij een ander naar mijn onbereikbare liefde kwam kijken.
‘Ik denk niet dat er iets anders op zit,’ zei Christa. Ze snoof en stak weer een sigaret op.’Het is alweer bijna tijd voor hem om te gaan.’
Er werd gebeld. Mijn moeder deed open en toen hoorden we een bekende stem. Christa schrok zich wild. Ik hoorde dat mijn moeder nog probeerde haar uit de woonkamer te houden maar daar kwam ze al naar binnen.
‘Dus hier hang je uit, liegbeest.’ Haar moeder was woedend. ’Ik ben net bij Mariëlle geweest en daar was je dus niet! Waarom ben je hier in vredesnaam?’ Ze keek nu ook boos naar mijn moeder, die zenuwachtig lachte. Christa’s moeder volgde de snelle blik die Christa door het raam wierp.
‘Dat méén je niet! Die gozer daar zeker? Kom op, we gaan!’ Ze pakte Christa bij haar arm maar die trok hem direct los.
‘Het moet niet gekker worden, als een loopse teef achter zo’n vent aan te lopen!’ Ze was razend. ‘Je denkt toch niet dat we voor jou een bouwvakker in gedachten hadden? We gaan nú naar huis.’ Ze keurde mijn moeder geen blik waardig en stormde de kamer uit. Christa volgde haar. ‘Dankuwel,’ hoorde ik haar nog mompelen tegen mijn moeder. De voordeur sloeg met een klap dicht. Mijn moeder en ik keken elkaar aan en mijn moeder begon te lachen.
‘Ze zag meteen om wie het ging! Zo moeder, zo dochter….’ Samen kregen we geweldig de slappe lach.
Toen ik even naar buiten keek zag ik een lage sportauto stoppen voor het huizenblok. Er stapte een langbenige blondine uit, ze had een kort bontjasje aan. Hij had een shirt aangetrokken en trok haar met één beweging naar zich toe en kuste haar vol op de mond.

Christa is niet meer bij ons op de thee gekomen.


zondag 18 december 2016

The Crown


Om maar met de deur in huis te vallen: gisteravond heb ik het beste acteerwerk ooit gezien in de Netflix serie ‘The Crown.’ In aflevering 9 wordt ter ere van de 80ste verjaardag van premier Winston Churchill een portret van hem geschilderd, aangeboden door het Hoger- en Lagerhuis. Dit schilderij wordt gemaakt door de modernistische schilder Graham Sutherland. Churchill moet er van meet af aan weinig van hebben. Zelf een verwoed amateurschilder, meent hij ook hier de regie strak in handen te moeten houden. Die verliest hij volledig wanneer zowel de schilder als hij een groot, ver weggestopt verdriet aan elkaar openbaren. Het was niet eens de tragedie waardoor me de tranen over de wangen rolden, maar het fenomenale acteerwerk dat dat teweeg kon brengen. Acteur John Litgow, die we kennen van o.a. ‘Third Rock from the Sun’ speelt de sterren van de hemel, evenals de bescheiden schilder die op een gegeven moment de cruciale vraag waarom hij steeds de vijver op zijn landgoed schildert stelt.

De serie volgt minutieus de aanloop naar en het koningschap van Elizabeth II. Alle acteurs lijken op de mensen die zij vertolken en spelen op de toppen van hun kunnen. Tijdens het kijken vraag ik me af hoe het moet zijn voor de geportretteerde mensen, waarvan een aantal, zo niet de belangrijkste, nog in leven zijn. Dat je leven zo onder een vergrootglas wordt gelegd, hoe sterk moet je zijn om daar tegen te kunnen? Nu is het Engelse koningshuis wel wat gewend en lijkt mij de serie een prachtige, respectvolle uitzondering in de stroom aan publicaties en films die eerder verschenen. Natuurlijk was het huwelijk van het koninklijk paar geen ‘ride in the park’, met een volledig buitenspel gezette prins gemaal, natuurlijk was het naïef van de koningin te kunnen denken dat ze haar zuster Margareth met een gescheiden man kon laten trouwen. Het maakt haar alleen maar ‘menselijker’. Haar grootmoeder zegt haar op haar sterfbed dat er voor haar maar één taak is weggelegd: zich nergens mee bemoeien en dat met verve doen.

De koningin en haar gezin vervullen een rol die op geen enkele wijze benijdenswaardig is. Waar iedereen mag roepen en doen wat hij of zij wil, moeten zij er het zwijgen toe doen. Het wekelijkse koffertje met stukken, het gesprek met de MP: het zijn feitelijk activiteiten die de machteloosheid van het instituut nog meer benadrukken. Daarmee is niets gezegd over het nut van een koningshuis: wel degelijk wordt in deze serie aangetoond dat de bindende functie voor het volk van groot belang is. Ook de enorme rol die Churchill in de Engelse en in de wereldgeschiedenis heeft gespeeld komt uitgebreid aan de orde. Aan die rol komt pas een eind wanneer het schilderij op zijn verjaardag wordt onthuld.




Het schilderij, dat in de ogen van zowel Churchill als zijn loyale vrouw Clementine geen recht doet aan zijn grote staat van dienst, wordt jaren later verbrand door medewerkers van Clementine. Wij als kijker weten echter waarom het geschilderd is zoals het is. 

In het naschrift staat dat Churchill zelf altijd is blijven schilderen, waarbij de vijver van zijn landgoed zijn favoriete onderwerp bleef. 

woensdag 16 november 2016

Bienvenue




Iedere avond tussen 18 – 19 uur worden er op TV1 de twee series ‘Bienvenue chez nous’ en ‘Bienvernue à l’hotel’ uitgezonden. Vier koppels eigenaren van een B&B en van een hotel gaan tussen maandag en vrijdag een nachtje bij elkaar logeren en beoordelen hun verblijf op een groot aantal punten. Behalve slapen wordt er ook gegeten en organiseren de gastvrouw/heer een activiteit die enigszins representatief is voor de locatie of streek waarin hun bedrijf gevestigd is. Na het ontbijt vertrekken de gasten naar de volgende bestemming, maar niet voordat ze het geld dat ze hun verblijf waard vonden in een enveloppe gestopt hebben. Het kan dus zijn dat een overnachting 100 euro kost maar dat de gasten er niet meer dan 60 euro voor willen betalen.

Het is daarom zo’n boeiend programma, omdat het helemaal niets zegt over de kwaliteit van het verblijf, maar wel over de gasten/eigenaren. Uiteraard is de programmaformule zo gekozen dat de vier in feite volstrekt onvergelijkbaar zijn. Er worden B&B’s waar je een badkamer moet delen vergeleken met een vrijstaande gite met en-suite badkamer, eigen terras en jacuzzi. Dat maakt dat zowel de eigenaren van de ene versie als de andere zich uitermate ongemakkelijk voelen in het verblijf dat ze nooit van z’n lang zal ze leven zelf uitgekozen zouden hebben om een relaxte nacht door te brengen. En dat zie je dus duidelijk.

Deze week begonnen we in het hotel van Dominique en Ludovine, moeder en, volgens de gasten, nukkige dochter. Het is een kasteel in Maulévrier  in de Loire en het ziet er piekfijn uit. Alles is grotendeels in stijl gerenoveerd en ingericht, met uiteraard een volledig uitgeruste privé badkamer. Enkele kamers hebben een eigen zitkamer en het uitzicht is fenomenaal. Er werd wat gehannest met de gordijnen, die zich niet zomaar open lieten schuiven of optrekken, de vlakke hand waarmee onder de kasten werd gevoeld of er stof was kwam brandschoon tevoorschijn en ook op het sanitair was niets aan te merken. Er was kritiek op een stoeltje hier of een tafeltje daar dat niet in stijl zou zijn. De overige kandidaten zijn twee jonge zussen die een stadshotel beheren, een middelbaar stel uit het zuiden en een wat ouder echtpaar met een klein hondje. Vooral dat laatste stel voelt zich overduidelijk volkomen verloren in al deze luxe. Allemaal deden ze hun uiterste best op geen enkele wijze te laten blijken hoe diep ze van alles onder de indruk waren. De middagactiviteit was wel heel bijzonder: iedereen werd op z’n 18de eeuws verkleed en een dansleraar kwam het stel de menuet leren. Een van de kandidates wilde wel de hele dag haar mooie kleren aanhouden.

In de eetzaal was de tafel gedekt ( volgens het stel met het hondje volkomen onnodig met vier glazen per couvert) voor het diner. Het  bestond uit vijf exquise gangen. Alle producten waren afkomstig uit de eigen enorme biologische moestuin van het kasteel en de dochter was de chefkok.
Na het diner kon men dan eindelijk naar bed, er werd nog wat gezeurd over een te dik kussen (dat onmiddellijk vervangen werd door een dunner) en toen ging het licht uit.

En dan komt ’s ochtends na het ontbijt het meest interessante van het programma: de beoordeling. Nu komt de ware aard van het beestje boven. Hoewel je als kijker zéker weet dat geen van de andere deelnemers ook maar aan dit verblijf zal kunnen tippen, is de kritiek niet mals. Het gemiddelde cijfer komt niet boven de 7 uit, en dat het niet lager was komt dan alleen door de dansles. Met droge ogen geven ze een vijf voor het slapen en een zes voor het eten (‘Dat was eigenlijk niks bijzonders,’ zeiden de twee troelen met hun stadshotel).

Wij kijkers zijn nu verslaafd, want we willen zien hoe het morgen afloopt en de rest van de week. Op vrijdag volgt dan de ongemakkelijke verkiezing van het beste hotel of de beste B&B. En wij kijkers hebben dan ook al lang een keuze gemaakt: doe mij maar dat kasteel. En dan wil ik ook zo’n pruik op.


De afleveringen kun je terugkijken., de foto komt uit het Trianon bij Versailles.